Hoe speel je Rikken? Speluitleg & Spelregels

  • 5 minuten leestijd
stock kaarten

Rikken is niet makkelijk maar is wel goed te leren. Per regio en familie kunnen de regels afwijken van wat hier staat.

De Rikken spelregels hier zijn wel een goede start voor de beginnende rikker.

Rikken is een spel waarbij je de waarde van je kaarten moet leren kennen. Voordat het echte spel begint, is namelijk een biedronde. De biedronde bepaald wie speelt en met welke partner.

Het doel van het spel is dat je je bod haalt, of dat je zorgt dat je tegenstander zijn of haar bod niet haalt.

Rikken speluitleg

  1. Rikken speel je normaal met 4 spelers
  2. Alle 52 speelkaarten doen mee, jokers dus niet
  3. De kaart volgorde is: 2 tot en met 10, boer, vrouw, heer en aas
  4. Je moet altijd kleur bekennen. Als dat niet kan, mag je een andere kaart naar keuze spelen
  5. De speler met de hoogste kaart wint de slag. Als er is ingetroefd, wint de speler met de hoogste troefkaart de slag
  6. De winnaar van de slag mag de volgende beurt uitkomen
  7. Tijdens een beurt, mag door iedere speler de vorige slag terug gekeken worden
  8. Iedere speler ontvangt 13 kaarten
  9. Om de kans op goede kaarten te verhogen, wordt bewust niet goed geschud. Bovendien worden de kaarten gedeeld in volgorde 6-7 of 4-5-4.

Bieden

  • De speler links naast de deler begint met bieden
  • Je kunt passen, bieden en, als er al geboden is, overbieden
  • Je mag altijd passen maar daarna mag je niet meer meebieden
  • De biedronde eindigt als het hoogste bod is bereikt of als de laatste speler heeft gepast
  • Als iedereen past, wordt opnieuw gedeeld

Biedingen oplopend

  • ‘Rik’. Samen met je maat moet je acht slagen halen
  • ‘Rik beter’. Dit is hetzelfde als ‘Rik’ maar nu is harten troef
  • ‘Acht alleen’. Haal acht slagen zonder maat
  • ‘Acht alleen beter’. Nu is harten troef en je speelt alleen
  • ‘Piek’. Je wilt maar één slag, niet meer. Andere spelers kunnen meepieken, maar iedereen speelt voor zichzelf
  • ‘Negen alleen’. Pak negen slagen zonder maat
  • ‘Misère’. Je wilt geen enkele slag halen. Andere spelers kunnen meedoen, maar spelen voor zichzelf
  • ‘Tien alleen’. Maak tien slagen zonder maat
  • ‘Open piek’. Je wilt maar één slag. Na de eerste beurt legt de speler zijn kaarten open op tafel. De andere spelers kunnen de kaarten zien en daar hun tactiek op afstemmen. Ze mogen niet met elkaar in overleg
  • ‘Elf alleen’. Elf slagen maken zonder maat
  • ‘Open misère’. Je wilt geen slagen halen. Na de eerste slag, legt de speler zijn kaarten open op tafel. De andere spelers kunnen de kaarten zien en daar hun tactiek op afstemmen. Ze mogen niet met elkaar in overleg
  • ‘Twaalf alleen’. Pak twaalf slagen zonder maat
  • ‘Open piek met praten’. Je wilt maar één slag. Na de eerste beurt legt de speler zijn kaarten open op tafel. De andere spelers kunnen de kaarten zien en daar hun tactiek op afstemmen. Ze mogen nu ook met elkaar in overleg
  • ‘Open misère met praten’. Je wilt geen enkele slag maken. Na de eerste beurt legt de speler zijn kaarten open op tafel. De andere spelers kunnen de kaarten zien en daar hun tactiek op afstemmen. Ze mogen nu ook met elkaar in overleg
  • ‘Dertien alleen’. Je haalt alle slagen in je eentje

Punten telling

Rikken werkt met plus- en minpunten. De winnaars van een ronde ontvangen de punten van de verliezers. Het is dus handig om bijvoorbeeld met fiches te spelen maar je kan de score ook op papier bijhouden.

De maat ontvangt hetzelfde als de speler. Als je zonder maat speelt, krijg je de winst van alle tegenstanders. Als je nat gaat (je haalt je bod niet), betaald de maat niets.

Het puntensysteem hieronder is handig als je speelt met vier mensen. Puntensystemen en ook biedregels kunnen per spel aangepast worden en anders zijn.

  • Rik (beter): twee punten voor elke slag boven de zeven of min punten twee voor elke slag onder de acht. Dit is het enige bod waar de punten oplopen met de toename van slagen. Als je denkt meer te gaan halen kun je dat echter beter ook bieden want dan kun je meer punten verdienen.
  • Piek: zes punten. De andere spelers betalen twee punten.
  • Negen alleen: negen punten, de anderen betalen drie punten.
  • Misère: negen punten, de anderen betalen drie punten.
  • Tien alleen: twaalf punten, vier per speler.
  • Open piek: vijftien punten, vijf punten per speler.
  • Elf alleen: achttien punten, zes per speler.
  • Open misère: achttien punten, zes per speler.
  • Solo twaalf: eenentwintig punten, zeven per speler.
  • Open piek met praatje: dertig punten, tien per speler.
  • Open misère met praatje: dertig punten, tien per speler.
  • Solo dertien: zestig punten, twintig per speler.

De maat

Wanneer gerikt wordt, krijgt de speler een maat mee. Wie dat is, is op dat moment nog niet bekend. De speler vraagt een aas van een kleur waar hij zelf minstens één kaart van heeft. Degene met die aas is dan de maat. Wie dat is, wordt pas bekend wanneer tijdens het spel die aas gevraagd wordt.

Als de rikker alle azen heeft, vraagt hij een koning mee en als hij ook die heeft, een dame.

Het kan ook voorkomen dat de rikker van alle kleuren die hij heeft, ook de aas heeft. In dat geval vraagt hij een ‘blinde’ aas mee. Als de rikker mag uitkomen, en hij wil de aas vragen, mag hij een dichte kaart zetten. De maat kan zich nu laten zien. Aan het eind van de deze slag, wordt de dichte kaart aan alle spelers getoond.

De maat is verplicht de aas te gooien als deze wordt gevraagd.

Beginnen met Rikken

Als je dit spel nog niet eerder hebt gespeeld, kun je het best de eerste paar potjes open spelen. In overleg met elkaar krijg je de regels en de biedingen sneller door. Beginnen met Rikken raad ik je aan, want het is een erg leuk spel.

Sharing is caring!